
Ik was niet gelijk toen ik als meisje werd gevraagd om te helpen, terwijl de jongens mochten spelen.
Ik was niet gelijk toen mijn nee minder belangrijk was dan zijn ja.
Ik was niet gelijk toen ik mijn glas moest bewaken op een feestje.
Ik was niet gelijk toen ik lachte om pijnlijke grappen.
Ik was niet gelijk toen ik met trillende handen vertelde dat ik zwanger was, bang voor mijn kansen daarna.
Ik was niet gelijk toen de school altijd mij belde, nooit de vader.
Ik was niet gelijk toen mijn partner het “oppassen” noemde in plaats van zorgen voor zijn kinderen.
Ik was niet gelijk toen mijn moeder zei: “Je mag blij zijn dat hij zoveel doet thuis.”
Ik was niet gelijk toen ik ‘teveel’ genoemd werd omdat ik emoties liet zien.
Ik was niet gelijk toen ik hoorde: “stel je niet zo aan” en “vrouwen overdrijven altijd.”
Ik was niet gelijk toen ik de agenda van het gezin in mijn hoofd hield.
Ik was niet gelijk toen mijn verlangen naar intimiteit werd afgedaan als moeilijk doen.
Ik was niet gelijk toen ik minder kreeg voor hetzelfde werk.
Maar dit gaat niet om losse momenten.
Het wortelt in dagelijkse ongelijkheden.
In patronen. In vanzelfsprekendheden.
In huis. Op school. Op het werk. In relaties.
Al generaties lang.
Opletten.
Dimmen.
Zwijgen.
Schuldig voelen.
En zolang we doen alsof dit normaal is, blijft het bestaan.
Het is tijd om het zichtbaar te maken.
Voor onszelf.
Voor onze kinderen.
Dat is wat we niet meer doorgeven.
Geen veilig-thuis-appjes meer.
Geen trillende handen meer.
Geen lachen om grappen die pijn doen meer.
Geen minder-waard-zijn meer.
Zij mogen opgroeien zonder twijfel.
Zij mogen zeggen, luid en zeker:
Ik bén gelijk. Altijd. Overal.
Veronne & Fleur
